Ultrabewerkte voeding is een groeiend onderwerp van discussie binnen de voedingswetenschap en volksgezondheid. Dit type voeding, dat vaak veel additieven, suiker, zout en ongezonde vetten bevat, wordt in verband gebracht met verschillende gezondheidsproblemen, waaronder obesitas, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten. Maar wat maakt ultrabewerkte voeding zo problematisch en waarom consumeren we het toch massaal?
Wat is ultrabewerkte voeding?
Ultrabewerkte voedingsmiddelen zijn producten die een uitgebreide industriële bewerking hebben ondergaan en vaak een lange lijst aan ingrediënten bevatten die in een standaard keuken niet te vinden zijn.
Ingrediënten die je niet in de keuken vindt
Ultrabewerkte voeding ondergaat intensieve bewerkingen en bevat vaak te veel suikers, vetten, zout en chemische additieven, terwijl het juist arm is aan vezels, vitaminen en mineralen. Volgens Henderickx wordt dit voedsel deels of volledig bereid met ingrediënten die je niet in een huiskeuken zou aantreffen, zoals kleurstoffen, conserveermiddelen, smaakversterkers en zoetstoffen.
Wat valt onder ultrabewerkte voeding?
Bij ultrabewerkte voeding denken veel mensen meteen aan frisdrank, voorverpakte maaltijden en chocopasta. Maar ook producten die als gezond worden gepresenteerd, zoals flesvoeding voor baby’s, margarine, beschuit, ontbijtgranen, crackers, smoothies, vruchtenyoghurt en zelfs brood, behoren tot deze categorie.
Vroeger werd brood voornamelijk thuis gebakken of bij de warme bakker gekocht. Sinds de jaren 90 bieden supermarkten echter industrieel geproduceerd brood aan. Veel consumenten realiseren zich niet dat dit brood aanzienlijk verschilt van traditioneel vers brood.
Hoe wordt ultrabewerkte voeding gemaakt?
Ultrabewerkte voedingsmiddelen bestaan uit industriële ingrediënten die door complexe chemische processen worden geproduceerd. Henderickx legt uit dat deze voedingsmiddelen eerst worden opgesplitst in hun basiscomponenten, zoals eiwitten, koolhydraten en olie. Vervolgens ondergaan deze componenten bewerkingen zoals raffinage, bleken, ontgeuren en hydrogeneren. Daarna worden ze opnieuw samengesteld en verrijkt met additieven zoals kleur-, smaak- en zoetstoffen.
De evolutie van ons voedingspatroon
Onze huidige voeding verschilt sterk van wat onze voorouders aten. Tienduizenden jaren lang leefden mensen als jagers en verzamelaars en haalden zij hun voedingsstoffen uit vlees, vis, eieren, fruit, knollen, zaden en noten. Suiker en vet kwamen in die tijd slechts in beperkte mate voor, voornamelijk in rijp fruit en honing.
De eerste grote verandering in onze voeding kwam met de opkomst van de landbouw, zo’n 11.600 jaar geleden. Graangewassen en gedomesticeerde dieren werden een belangrijke voedselbron. De tweede voedselrevolutie volgde na de kolonisatie van Amerika, waardoor nieuwe voedingsmiddelen zoals aardappelen, maïs en rietsuiker wereldwijd beschikbaar werden.
Pas in de twintigste eeuw veranderde ons eetpatroon echt drastisch. Door industrialisatie en globalisering werd voedselproductie steeds grootschaliger en kwamen bewerkte voedingsmiddelen binnen handbereik van het grote publiek. Na de Tweede Wereldoorlog kregen arbeidersgezinnen toegang tot meer vlees en zoetigheden, al bleven deze nog beperkt tot speciale gelegenheden. Daardoor had dit eetpatroon aanvankelijk weinig invloed op de volksgezondheid.
De macht van de voedselindustrie
De echte verschuiving vond plaats in de tweede helft van de twintigste eeuw, toen de voedselproductie steeds meer in handen kwam van industriële multinationals. De landbouw werd onderdeel van een kapitalistisch systeem waarin massaproductie en kostenbesparing de prioriteit kregen.
Chemische bedrijven zoals Monsanto en Bayer stimuleerden grootschalige landbouw, waardoor kleinschalige boeren het steeds moeilijker kregen. In België bijvoorbeeld daalde het aantal landbouwbedrijven van 256.754 in 1950 naar slechts 22.499 in 2023.
Vanaf de late twintigste eeuw begonnen ook grote investeringsfondsen, zoals Goldman Sachs, zich op de voedselindustrie te richten. Dit leidde tot een concentratie van macht bij een handvol bedrijven. Vandaag controleren vier multinationals – Cargill, Tyson Foods, BRF en Alltech – maar liefst 42 procent van de wereldwijde voedselmarkt.
Gezondheidsrisico’s van ultrabewerkte voeding
Onderzoek toont aan dat een dieet dat rijk is aan ultrabewerkte voedingsmiddelen samenhangt met een verhoogd risico op chronische ziekten. Dit komt onder andere door de hoge hoeveelheid toegevoegde suikers, ongezonde vetten en zout, die bijdragen aan een ongezond eetpatroon. Bovendien bevatten deze producten vaak weinig vezels, vitamines en mineralen, wat kan leiden tot tekorten en andere gezondheidsproblemen.
Ultrabewerkte voeding heeft een negatieve invloed op de gezondheid. Door de hoge hoeveelheden suiker, ongezonde vetten, zout en chemische additieven draagt het bij aan obesitas, diabetes type 2, hart- en vaatziekten en andere chronische aandoeningen. Bovendien bevatten deze producten vaak weinig vezels, vitaminen en mineralen, waardoor ze niet bijdragen aan een verzadigd en voedzaam eetpatroon. Onderzoeken tonen aan dat mensen die veel ultrabewerkt voedsel consumeren vaker kampen met ontstekingen, een verstoorde darmflora en zelfs een hoger risico lopen op bepaalde vormen van kanker. Daarnaast kunnen de kunstmatige smaakstoffen en emulgatoren in deze voedingsmiddelen het natuurlijke verzadigingsgevoel verstoren, waardoor je ongemerkt meer eet dan je lichaam nodig heeft.
Waarom eten we zoveel ultrabewerkte voeding?
Ondanks de gezondheidsrisico’s blijft ultrabewerkte voeding populair. Dit komt onder andere door de lage prijs, het gemak en de agressieve marketingstrategieën van voedselproducenten. Daarnaast speelt onze moderne levensstijl een grote rol: mensen hebben vaak weinig tijd om verse maaltijden te bereiden en kiezen daarom voor snelle en makkelijke alternatieven.
Een ander aspect is dat ultrabewerkte voeding vaak zo ontworpen is dat het ons aanmoedigt om te blijven eten. De combinatie van vet, suiker en kunstmatige smaakversterkers zorgt ervoor dat onze hersenen moeilijk een verzadigingssignaal afgeven. Dit leidt ertoe dat mensen ongemerkt te veel calorieën binnenkrijgen.
Hoe kunnen we ultrabewerkte voeding vermijden?
Hoewel het bijna onmogelijk is om ultrabewerkte voeding volledig te vermijden, zijn er manieren om de consumptie ervan te verminderen:
- Kies voor onbewerkte of minimaal bewerkte producten: Verse groenten, fruit, volkoren granen en onbewerkte eiwitbronnen zoals vis, vlees, eieren en peulvruchten zijn voedzamer en bevatten geen schadelijke toevoegingen.
- Lees etiketten: Hoe langer de ingrediëntenlijst, hoe groter de kans dat een product ultrabewerkt is. Vermijd producten met veel onbekende toevoegingen.
- Kook vaker zelf: Door zelf te koken, heb je controle over de ingrediënten en vermijd je onnodige toevoegingen.
- Wees bewust van marketingtrucs: Veel verpakte producten worden gepresenteerd als ‘gezond’, terwijl ze nog steeds veel suiker en ongezonde vetten bevatten.
Ultrabewerkte voeding is een belangrijk onderwerp binnen de volksgezondheid vanwege de negatieve effecten op onze gezondheid. Hoewel deze producten handig en goedkoop zijn, kunnen ze bijdragen aan obesitas, diabetes en andere chronische ziekten. Door bewuste keuzes te maken en vaker voor onbewerkte voeding te kiezen, kunnen we onze gezondheid verbeteren en de risico’s van ultrabewerkte voeding beperken.
Bronnen: www.dewereldmorgen.be