Moeders bedoelen het altijd goed, maar laten we eerlijk zijn: ze hadden soms wat creatieve manieren om ons in het gareel te houden. Of het nu ging om eten, spelen of slapen, onze moeders gebruikten de meest fantastische verzinsels om ons te laten luisteren. En wij? Wij geloofden ze braaf. Hier een lijstje met de grootste leugens die moeders vroeger vertelden!
1. “Als je een watermeloenpit inslikt, groeit er een watermeloen in je buik!”
Dit was dé manier om te voorkomen dat je een pit per ongeluk opat. Je zag het al helemaal voor je: een enorme watermeloen die je buik uit begon te groeien. De pure angst zorgde ervoor dat je met chirurgische precisie alle pitjes uit je stuk fruit peuterde.
2. “Van televisie kijken krijg je vierkante ogen!”
Moeders wisten heus wel dat dit niet waar was, maar het was een ijzersterke manier om je achter dat scherm vandaan te krijgen. Urenlang tekenfilms kijken? No way, tenzij je het risico wilde lopen om met een paar vierkante blokken in je hoofd rond te lopen.
3. “Als je je ogen scheel houdt, blijven ze zo staan!”
Wie probeerde zijn broer of zus niet te laten lachen door zijn ogen scheel te trekken? Maar zodra moeder dit zag, kwam de waarschuwing: “Als je dat te lang doet, blijven ze zo staan!” Het risico om er permanent als een clown uit te zien was te groot, dus snel weer normaal kijken dan maar.
4. “Niet zwemmen na het eten, anders krijg je kramp en verdrink je!”
Hoeveel kinderen zaten vroeger met smart op de rand van het zwembad te wachten tot die ‘gevaarlijke’ 30 minuten voorbij waren? De waarheid is dat je best kunt zwemmen na het eten, maar moeders hadden gewoon even rust nodig voordat ze je weer uit het water moesten vissen.
5. “Sinterklaas ziet álles!”
Natuurlijk wist Sinterklaas precies wanneer je stout was en wanneer je lief was. Want mama had een directe lijn met de Sint, en als je niet oppaste, stond de zak van Sinterklaas al klaar om je mee naar Spanje te nemen. Resultaat? Je probeerde die laatste weken van het jaar ineens de braafste versie van jezelf te zijn.
6. “Als je te veel suiker eet, krijg je wormen!”
Dit was de ultieme afschrikmethode om snoepverslavingen onder controle te houden. Nergens was ooit een kind bekend dat door te veel snoep ineens vol wormen zat, maar de gedachte alleen al was genoeg om je een keer extra na te laten denken voor je wéér een snoepje pakte.
7. “Van wortels eten ga je beter zien in het donker!”
Elke moeder ter wereld gebruikte deze leugen om haar kinderen meer groenten te laten eten. En hoewel wortels goed zijn voor je ogen, heb je na een bord hutspot echt geen nachtzicht ontwikkeld. Maar hé, we aten onze wortels netjes op.
8. “Als je nog één keer in je neus peutert, valt je vinger eraf!”
Moeders wilden gewoon niet dat je in het openbaar stond te graven alsof je een schat probeerde op te delven. En hoe eng was de gedachte dat je vinger eraf zou vallen? Dus stopten we meteen… althans, als zij keek.
9. “Als je liegt, groeit er een pukkel op je neus!”
Elke keer als je een kleine leugen vertelde en moeder je doordringend aankeek, begon je zenuwachtig in de spiegel te checken of daar al een pukkel groeide. Een slimme manier om ons eerlijk te houden, en toegegeven… het werkte nog ook!
Vroeger geloofden we alles… en nu doen we het zelf!
Toen we klein waren, klonken deze waarschuwingen nog als pure waarheid. Maar nu? Nu vangen we onszelf erop dat we dezelfde dingen tegen onze eigen kinderen zeggen. Want hé, als het bij ons werkte, dan werkt het vast bij hen ook!
Herken jij deze leugens van vroeger? Of heb jij nog een klassieker die je moeder altijd vertelde? Deel het in de reacties!